De volgende ochtend, toen ik naar mijn was ging kijken was mijn spijkerbroek verdwenen. De rest hing er nog. Ik had het kunnen weten, die broeken hebben ze hier niet. Ik ben naar de eigenaar gegaan en heb hem mee naar boven gesleept. Na een hele tijd begreep hij pas wat ik bedoelde. Hij ging met wat mensen praten; keek in wat kamers en gaf het toen op. Daar zet ik zonder broek. Toen ik wegging, hoofde ik de kamer niet te betalen. Schrale troost! Op het toeristeninformatiebureau hielpen ze me verder. Een juffrouw ging mee en praatte met de eigenaar. Het hielp niet veel. Hij zou gaan zoeken en als ze het niet vonden kreeg ik een nieuwe broek. Zij zoeken en ik naar Troje. Troje is een stad die 9 maal herbouwd is. Het oudste deel is van 3000 v.Chr. Het nieuwste van de Romeinen ongeveer 300 na Chr. Het geheel is heel rommelig en zonder goede gids en plattegrond kom je er niet uit. Hier zie je een muur van Troje I en daar een muur van Troje VI. Je loopt constant tussen grote zandbulten door met oude restanten van huizen er tussen. Troje ligt zo’n 25 km van Canakkale. Als je er met de bus aankomt valt het je op, dat er zo weinig mensen zijn. Vooral als je het vergelijkt met de plaatsen in Griekenland. Er staan een hele zooi kraampjes om die toeristen die er komen toch nog wat geld afhandig te maken. Troje heeft veel opgravingen gehad dank zij zijn grote bekendheid door Homerus z’n Ilias. In Troje zijn nog resten van een tempel waar o.a. Alexander de Grote z’n offers heeft gebracht (325 v. Chr.).

Al met al een mooie ruïne met niet al te veel toeristen en met veel heuvels om tegenop te klimmen. Ik heb m‘n benen er aan opengehaald. Lastig zo’n korte broek! Na een paar uur door de ruïnes gelopen te hebben had ik geen zin meer om op de bus te wachten en ben gaan liften. Het lukte ook nog. Eerst van een toerist en de laatste tien km op een wagen, getrokken door een tractor. Het trilde ontzettend en ik was blauw toen ik over kwam. Toen weer met iemand van de Toerist Information Office naar het hotel. De patroon hebben we van bed moeten lichten. Hij had een slechte bui en begon behoorlijk te schreeuwen. De hele buurt kwam kijken en genoot mee. Ik voelde me aardig naakt in m’n korte broek. De patroon had nu een heel ander verhaal. Hij zei, dat het helemaal mijn schuld was en dat hij er geen verantwoording voor hoefde af te leggen. Na veel praten kreeg mijn tolk hem eindelijk zover, dat hij een nieuwe broek zou kopen. De goedkoopste dan wel. Die kostte 60 lira’s (= f1. 12‚-). De broeken waren allemaal te klein. De kleermaker bood aan er een voor me te maken, hetgeen ik niet accepteerde‚ omdat ik diezelfde avond nog weg wilde. Na weer wat praten kreeg ik 60 lira van de patroon en liepen we terug. Onderweg wilde hij nog z’n kamerhuur hebben, wat ik hem maar gaf (180 lira). Daar zat ik dan, 60 lira rijker een broek armer. Om half zes heb ik de bus naar Izmir (430 km zuidelijker) gepakt. Daar kwam ik om 11 uur aan en werd door iemand naar een hotel gebracht (10 lira). Op de kamer waar ik terecht kwam, zaten 2 Noren en een Deen.