‘s Nachts sliep ik iets beter, maar toen ik ‘s ochtends wakker werd voelde ik me hondsberoerd. Na een paar keer naar de wc rennen ging het wat beter. Ik voelde me zwak, heel zwak. Maar ik moest mijn bed uit om geld te wisselen en mijn uitreisvisum te halen. Het lopen op straat was meer weggelen. Hoe meer mensen er naar me schreeuwden des te kwader werd ik. De bank, dat was ook een hele ervaring. Ze werken erg inefficiënt. Eerst ga je met je cheque naar de directeur. Als de wachtende rij tot 0 gereduceerd is en je je cheque aan de directeur gegeven hebt en als hij het goedgekeurd heeft dan kun je in een andere rij gaan staan. Maar voor je dat doet, moet je eerst in een snoepwinkeltje 2 huizen verder 2 zegels kopen. Na 20 minuten is jouw cheque eindelijk aan de beurt. Na de formaliteiten gaat de cheque naar een andere ambtenaar en daarna krijg jij de papieren om te verzilveren. Eerst ga je naar een juffrouw, ze geeft je een nummer en dan pas krijg je je geld. Bij de veiligheidspolitie lag mijn uitreisvisum al op me te wachten. Niets belette me meer om naar Libanon te gaan. Toen ik na een half uur lopen bij het hotel aankwam was ik uitgeput en had een verschrikkelijke hoofd- en buikpijn. Ik ging op bed liggen. Mijn hoofd was heet. Mijn pols was 130. Toen het na een 1 1/2 uur niet veranderd was vroeg ik de hoteleigenaar of hij een dokter voor me wilde halen. 40 minuten later stond er een oude aftandse ambulance voor de deur, die me naar het publieke ziekenhuis bracht. Het was echt een openbaar ziekenhuis, in de behandelkamer was het een rotzooi van jewelste. Mensen liepen in en uit. Ik zag ze de snee in de voet van een jongen zonder verdoving dichtnaaien en ik kreeg de kriebels. Hij stopten ze een thermometer in m’n reet. Ik had koorts, 40,5. Ik werd naar boven gebracht en moest op een bed liggen. Daar kreeg ik 2 injecties en een infuus. Een hele liter glucose gaven ze me. Het duurde 4 uur voordat de fles leeg was. Daarna voelde ik me veel beter. Mijn koorts was weg.

Ik liep naar het hotel terug, haalde m’n spullen en vertrok naar Beirut. Met een Syrische taxi tot de grens en van daar met een Libanese taxi. In Beirut werd ik onmiddellijk door iemand naar een hotel gebracht. Achteraf bleek het een van de goedkoopste te zijn. Ik sliep in een kamer met 5 anderen Op de 5e verdieping. Beirut is op en top een westerse stad. Het heeft niets dan alleen de temperatuur en dat zelfs ook nog niet helemaal omdat het aan zee ligt, met het oosten te maken. De stad stikt van de auto’s, gelukkig niet zoveel als in Italië, en van de bioscopen. De mensen dragen westerse kleren en je ziet veel meer vrouwen op straat. Dit alles komt doordat het voor de helft christelijk georiënteerd is. De christelijke gewoonten zijn heel anders dan de islamitische. De islamieten mogen bijvoorbeeld geen alcohol drinken en de vrouwen moeten helemaal ingesnoerd zijn in doeken en een sluier voor hebben. Dit om er zo onsexy mogelijk uit te zien. Libanon is rijk. Ontzettend rijk vergeleken bij Syrië. Dit zag Je direct als je de grens over kwam. Veel meer huizen (schijnbaar, want je zag meer lampjes in het donker) en het land werd veel beter bebouwd.